Camp, Camp ! | Offscreen
Met deze B-tot-Z breien we nog een verlengstuk aan het Offscreen Film Festival met een super de luxe camp double bill. Het is een marathon uitzending van meer dan vier uur vol schaamteloze overacting, supergeconcentreerd melodrama en gratuite blote borsten. Camp is een verzamelnaam voor films die bewust de noties van “goede smaak” aanvallen, camp is de triomf van theatrale kunstgrepen over dramatische diepgang, camp is verpakking boven inhoud, camp is zo slecht dat het goed wordt, camp is fout, maar bovenal camp is fun.
Mommie dearest is gebaseerd op de gelijknamige bestseller waarin Christina Crawford afrekent met het misbruik en de traumatische adoptie en opvoeding door haar moeder ... de legendarische filmster Joan Crawford. De verfilming daarentegen was echter zo euh… opmerkelijk dat deze menige toeschouwer een traumatische kijkervaring bezorgde. "No wire hangers--ever!," "Tina! Bring me the axe," en "I'm not mad at you, i'm mad at the dirt" ... dit zijn maar enkele van de banale dialogen die onsterfelijk zijn geworden in de ogen en oren van ieder rechtgeaarde camp liefhebber. Elke blik, elke Crawford-achtige tic en maniërisme die Faye Dunaway onder een metersdikke laag make-up ten beste geeft, wordt in deze kringen op goedkeurend gejoel onthaald. Ze zet Joan Crawford neer als een monster uit een tekenfilm. Voeg daar de belabberde regie aan toe, een decor gedrenkt in gesatureerde kleuren, goedkope belichting en een scenario dat met haken en ogen aaneenhangt. Het resultaat is een soap opera in het kwadraat en een compleet mislukte biopic die lustig feit met fictie vermengt. Hoe meer de film een loopje neemt met de werkelijkheid, des te hilarischer deze wordt. Ongewild grappig, ongemeen slecht en ongegeneerd gênant, de film is hoe dan ook memorabel.
Toen Basic instinct in 1992 overal ter wereld een enorme hit werd, lag Hollywood aan de voeten van de Hollandse regisseur Paul Verhoeven. Met ingehouden adem werd uitgekeken naar zijn volgende film : een gegarandeerd controversiële blik op de onderbuik van Las Vegas, die van tv-actrice Elizabeth Berkley in haar eerste grote filmrol een diva van het formaat van Sharon Stone zou maken. Het pakte ietwat anders uit: Showgirls werd door de kritische Amerikaanse pers bekroond met een Golden Raspberry Award, de prijs voor de slechtste film van het jaar, en flopte aan de box office. Twintig jaar later heeft de film zijn budget van 50 miljoen Amerikaanse dollar dan toch terugverdiend. Niet slecht voor een smakeloos spektakelstuk waar de vulgariteit van afdruipt. Op de één of andere manier werd Paul Verhoeven’s versie van een MGM Hollywood musical voor sommigen een misantropische, gitzwarte satire op de Amerikaanse entertainment industrie. Wij houden het op een hedendaagse camp klassieker en een guilty pleasure voor vele cultfilmfanaten.
Mommie Dearest
Een van de beste voorbeelden van een film die zo slecht is dat het goed wordt. Faye Dunaway’s groteske uitbeelding van het leven van Hollywood legende Joan Crawford is een al even legendarisch staaltje van overacting.








